Wat is HGW ?

Waarom HGW ?

Fasen van HGW

 

 

HANDELINGSGERICHT WERKEN

Wat is HGW?
Handelingsgericht werken is een systematische manier van werken bij de begeleiding van leerlingen met zorg. Ze is gebaseerd op de uitgangspunten van de handelingsgerichte diagnostiek (HGD). Dit is een werkwijze waarbij problemen in de onderwijs-, leer- en opvoedingssituatie worden gediagnosticeerd. De klemtoon ligt op bruikbare adviezen voor leerkrachten, ouders en ook leerling. Diagnostiek wordt hier gezien als een middel en geen doel op zich. Men vertrekt steeds vanuit een vraag en werkt gericht op advisering.
Het geheel van de methodiek sluit goed aan bij, enerzijds de vraaggestuurde en ondersteunende werking van het CLB en, anderzijds de complexiteit van de pedagogische opdrachten van scholen.

De vraag ‘Wat is het probleem van deze leerling?’ wordt: ‘Wat zijn de onderwijsbehoeften van deze leerling?’ In alle opzichten wordt rekening gehouden met de leerling in zijn context: de leerling, in deze school, met deze ouders, met deze leerkracht en met deze medeleerlingen.

Door handelingsgericht samen te werken kan de CLB-medewerker subsidiair zijn aan de school om zo, in functie van de onderwijsbehoeften van de leerling, de draagkracht van de leerkracht, school en ouder te verhogen. Onderzoek wordt op die manier enkel uitgevoerd als het echt noodzakelijk is. Handelingsgericht samenwerken impliceert immers te komen tot een doelgericht en haalbaar advies naar de aanpak van het probleem.

 

Waarom HGW?
De samenleving doet niet alleen beroep op zorg in het buitengewoon onderwijs maar stelt hierover ook aan het gewone onderwijs steeds meer duidelijke eisen. We verwachten van ons onderwijs dat het toegankelijk is voor iedereen en dat het gelijke kansen biedt. We willen dat jongeren de mogelijkheden om zich te vormen benutten en dat zij na hun onderwijsloopbaan beschikken over de nodige vaardigheden om aan de slag te kunnen op de arbeidsmarkt.

Het CLB heeft haar eigen expertise waarmee ze de school in deze, beslist niet eenvoudige opdracht moet steunen. Om dit te kunnen, moeten school en CLB duidelijk communiceren over hun mogelijkheden en noden. Dit is nu net wat HGW wil doen: een efficiënte samenwerking tussen school en CLB bewerkstelligen.

Gebruikers van deze methodiek menen immers dat er meer kans is op succes, dat er minder frustraties zijn, de verwachtingen realistischer zijn en de aangeboden oplossingen haalbaar, met als resultaat een verhoogd welbevinden van de betrokkenen.

De fasen van Handelingsgerichte Diagnostiek
Intakefase
Het doel is de hulpvragen van alle betrokkenen scherp te krijgen, relevante informatie te verzamelen en afstemming te bereiken zodat constructieve samenwerking mogelijk is.

Strategiefase
Het doel is beslissingen te nemen over de volgende stappen. Het CLB-team clustert de relevante informatie, zoekt naar realistische verklaringen voor de probleemsituatie, gaat de ernst ervan na en formuleert hypothesen.
Het CLB-team vraagt zich af: wat weten we al? Wat willen we nog weten? Het onderzoekstraject wordt uitgestippeld en voorgelegd aan alle betrokkenen.

Onderzoeksfase
Onderzoek is breed opgevat. Het gaat niet alleen om tests en toetsen maar ook om andere methodes zoals gericht interview, analyse van materiaal, observatie van interacties in verschillende situaties…

Indiceringfase
Het is opnieuw tijd voor reflectie, nu met als doel tot wenselijke aanbevelingen te komen in relatie tot de hulpvraag. Het CLB schetst een samenvatting van de leerling in zijn context. Volgende vragen gelden als richtlijn: Wat zijn de onderwijsbehoeften van de leerling? Wat zijn de doelstellingen? Wat moet er veranderen? Wat hebben leerling, leerkracht en ouders daarvoor nodig?
Eenmaal wenselijke maatregelen duidelijk zijn, wordt bekeken wat haalbaar is of kan gemaakt worden.

Adviesfase
Dit is een fase van overleg met alle betrokkenen. Het verslag van de indicering wordt besproken. Adviezen worden gegeven. Opnieuw verloopt de weg van wenslijk naar haalbaar om te komen tot een advies waar iedereen kan achterstaan. Dit advies kan vertaald worden in een plan.

Evaluatie
Aan het einde van de adviesfase worden afspraken gemaakt over de evaluatie. Wie evalueert het advies, wanneer en hoe? Zijn de problemen afgenomen/verdwenen en de positieve factoren versterkt?

Het zorgcontinuüm
Dit model verduidelijkt de rol en de verantwoordelijkheden van de school en het CLB bij de begeleiding van leerlingen.

Preventieve basiszorg voor alle leerlingen
De school stimuleert de ontwikkeling van alle leerlingen, stelt het algemeen welbevinden centraal en voorkomt mogelijke problemen. Bij een goede preventieve basiszorg is de wijze waarop de leerkracht antwoord geeft op de gewone zorgvragen van alle leerlingen cruciaal. Ook bij leerbedreigde leerlingen maakt deze aanpak het verschil. De leerkracht differentieert waar mogelijk en volgt de leerlingen op aan de hand van een leerlingenvolgsysteem.
Ouders zijn volwaardige partners in het (zorg)beleid van de school. Zij worden gezien als ervaringsdeskundigen wat hun kinderen betreft. Het zorgbeleid van de school is best zo duidelijk mogelijk.

Het zorgbeleid wordt regelmatig geëvalueerd en afgestemd op de leerlingenpopulatie. Het GOK-beleid is er een onderdeel van. Ook wordt dit beleid gedragen door het hele schoolteam.
De pedagogische begeleidingsdienst kan hier via begeleiding en nascholing een belangrijke ondersteunende rol in spelen.

Het CLB kan de school in deze fase ondersteunen bij het uitwerken van een visie i.v.m. preventieve zorg. Ook kan het de leerkrachten bijvoorbeeld informeren over theoretische achtergronden, mogelijke aanpak van leer- en gedragsproblemen… of door het informeren en betrekken van ouders bij overstapmomenten.
Wanneer de verscheidene aspecten van deze basiszorg, zoals visie, organisatie, betrokkenheid en registratie goed werken, kunnen in een latere fase gevraagde interventie van het CLB-team efficiënter verlopen.

Sommige leerlingen hebben echter nood aan verhoogde zorg
Als structurele en preventieve maatregelen niet meer volstaan om aan bepaalde behoeften van een leerling tegemoet te komen, voorziet het schoolteam extra zorg. Het is bij voorkeur de leerkracht die deze zorg realiseert binnen de normale klascontext, zo nodig ondersteund door het zorgteam.
Aangeraden wordt om ouders bij deze stap nauw te betrekken. De school dient op regelmatige tijdstippen de genomen interventies met alle betrokken partijen te evalueren en waar nodig bij te sturen.

School en CLB werken nauw samen om leerlingen met specifieke noden op te volgen en waar nodig specifieke interventies uit te werken. In deze fase is er geen nood aan rechtstreekse, individuele hulp van het CLB.

Voor enkele leerlingen vraagt de school uitbreiding van zorg
Voor een kleiner aantal leerlingen volstaan deze hulpstrategieën niet. In dit geval vraagt de school verdere medewerking van het CLB-team. Het CLB richt zich op de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de individuele leerling en op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht(en) en ouders.

Hierbij is meestal handelingsgerichte diagnostiek nodig. Schoolteam, ouders, leerling en CLB gaan samen op zoek naar oplossingen. Alle betrokkenen werken actief mee. Het CLB neemt de regie op zich voor het verloop van het traject, voor de keuze van de interventies en voor de conclusies. Het neemt zijn draaischijffunctie ook op t.a.v. relevante externen, zowel diagnostische als hulpverlenende instanties.

De haalbare adviezen van het CLB-team willen een aanzet zijn tot het maken van een handelingsplan. Zo is voor alle betrokkenen duidelijk wat te verwachten, wie welke rol op zich neemt, hoe en wanneer er zal geëvalueerd worden. Het is het schoolteam dat het handelingsplan formuleer, uitvoert en evalueert. Het CLB kan daarbij betrokken blijven.

Enkele leerlingen hebben nood aan onderwijs op maat
Als de zorg nog steeds onvoldoende afgestemd is, kan een overstap naar een school met een meer specifiek aanbod een zinvol alternatief zijn. Het schoolteam blijft de leerlinge actief helpen en open communiceren met de betrokken partners. Het CLB-team bespreekt met de ouders, de leerling en het schoolteam de situatie van onvoldoende afstemming in de huidige school, overloopt de verschillende mogelijkheden die zich nu aanbieden en ondersteunt het keuzeproces.

Een school op maat hoeft niet per definitie een school voor buitengewoon onderwijs te zijn.

Geïntegreerde zorg voor leerlingen

  


 

School +

 

 

 

De zeven uitgangspunten

  1. De onderwijsbehoeften van leerlingen ondersteuningsbehoeften van leerkrachten en ouders staan centraal

Gediversifeerd onderwijs: de ene leerling krijgt meer tijd of andere instructies en/of hulp van de leerkracht dan de anderen. Met onderwijsbehoeften omschrijf je wat een leerling nodig heeft om een bepaald doel te bereiken en wat de leerkracht en/of ouder nodig heeft om de leerling daarbij te helpen. We passen de onderwijscontext aan de leerling aan. De leerling heeft nood aan aangepaste instructies, opdrachten en materiaal, (leer)activiteiten, feedback, groepsgenoten, ondersteuning… om het gestelde doel te bereiken.

  1. De leerkracht doet ertoe

Leerkrachten kunnen ondersteuningsbehoeften kenbaar maken. Deze betreffen zaken als pedagogische aanpak, instructie, feedback en het klassenmanagement.

  1. Een constructieve samenwerking van alle betrokkenen

Het is belangrijk om een zicht te krijgen op de vragen, zorgen en verwachtingen van alle partijen. Ouders en leerkrachten hebben vaak al een idee van wat een goede oplossing of aanpak zou kinnen zijn. De deskundigheid van leerkrachten als onderwijsprofessionals moet gerespecteerd worden. Ouders zijn eraringsdeskundigen. Zij kennen hun kind het best en het langst. Maar ook leerlingen moeten betrokken worden.

  1. Het transactioneel referentiekader speelt een rol

Er moet niet gevraagd worden waarom deze jongere een probleem heeft. Wel: Waarom vertoont deze jongere uit dit gezin, in deze school met deze leerkracht en met deze medeleerlingen dit probleemgedrag en hoe kunnen we dit aanpakken? Het probleemgedrag in een bepaalde context is van belang.

  1. Doelgericht werken verhoogt de efficiëntie

Enkel de informatie die relevant is voor de diagnostiek en advisering aan de vraagsteller is van belang. Bijvoorbeeld: als leerkracht wil jet niet weten dat een leerling een ‘oppsitioneel-opstandige gedragsstoornis’ heeft maar wel wat je moet doen als die leerling een grote mond opzet, agressief wordt, leerlingen pest en/of ongehoorzaam is.

  1. Systematieke en transparantie

Door transparant te werken houden alle betrokkenen een heldere kijk op het verloop van het proces en de aanpak van het probleem. Door volgens een bepaald systeem te werken verhoogt men de kans op een goed onderbouwde besluitvorming bovendien wetenschappelijk verantwoord. Op die manier wordt ook duidelijk hoe men tot een bepaalde diagnose gekomen is.

  1. Positieve kenmerken als hefboom

Door veel aandacht te besteden aan wat fout loopt met een leerling worden de positieve aspecten over het hoofd gezien. Het negatief beeld wordt het beste genuanceerd. Bovendien is het bij de aanpak belangrijk verder te bouwen op wat goed loopt.
Bij besprekingen moet ook telkens gezocht worden wanneer het wel goed gaat met de leerling. Ook ouders zijn dan meer geneigd om mee te werken als ze merken dat de school hun kind niet (helemaal) heeft afgeschreven.